Afgelopen schooljaar begeleidde ik namens Hybride Docent een aantal koppels dat meedoet aan job twinning. Bij job twinning wordt een professional uit het voortgezet onderwijs gekoppeld aan een professional van buiten het onderwijs. In dit artikel interview ik een docent geschiedenis en een voormalig consultant bij een groot adviesbureau. Samen maakten zij in drie maanden tijd werk van ontwikkeldoelen die zij zelf hadden bedacht. Wat leerden zij daarvan? En wat kunnen anderen daarvan leren?

Professionaliseren doe je samen

‘Kom uit de bubble van je klaslokaal.’ Dit is de belangrijkste aanbeveling in het rapport De Staat van de Leraar 2017. De opstellers van het rapport adviseren: “Kijk in je sectie en schoolbreed om activiteiten te vinden die je met je team kunt ondernemen om het onderwijs beter te maken. Stap eens de school uit en neem deel aan het LerarenOntwikkelFonds, congressen en debatten of (informele) lerarenorganisaties.”
Dat lijstje kan nog verder worden aangevuld worden: met Meetups en EdCamps die tegenwoordig voor en door leraren en schoolleiders georganiseerd worden. En met het  initiatief job twinning.

Job twinning is een alternatief professionaliseringstraject waarin een professional uit het voortgezet onderwijs en een professional van buiten het onderwijs samen werk maken van zelfbedachte ontwikkeldoelen. Een van de koppels die dit jaar hebben meegedaan aan job twinning zijn Erik Ex, docent geschiedenis aan de ORS Lek en Linge, en Lieke Witlox, tot voor kort senior consultant bij Capgemini Consulting en sinds juni opleidingsmanager bij het ROC van Flevoland. Zij delen graag hun lessen.

Leren van en met elkaar

Erik en Lieke waren allebei toe aan een vervolgstap in hun carrière en meldden zich eind 2016 aan voor het Amsterdamse job twinning traject. Erik wilde graag invloed uitoefenen op het (nationaal) onderwijsbeleid. Lieke, op dat moment werkzaam bij Capgemini, miste al geruime tijd de (onderwijs)praktijk en hoopte via job twinning erachter te komen of ze zich thuis zou voelen in een schoolorganisatie.

Erik houdt van zijn beroep. “Docent zijn is een echt ambacht,” zegt hij, “je moet het echt uitvoeren om te weten hoe het moet.” Wat hem wel tegenvalt, is dat er te weinig ruimte is om – met collega’s – na te denken over wat goed docentschap is, “om een filosofie te ontwikkelen over waarom we doen wat we doen.” Ook mist hij de mogelijkheid om beleid te ontwikkelen en om het onderwijs – op een hoger niveau dan zijn eigen school – te verbeteren. Op school krijgt hij zeker ruimte om mee te denken, maar hij zou graag impact willen hebben op meer scholen. In een volgende carrièrestap zou Erik graag bij het ministerie van onderwijs of een ander beleidsvormend orgaan werken, waar hij zijn inside knowledge kan delen en hij van binnenuit kan adviseren welke maatregelen wel kunnen werken en welke niet.

Eriks beeld van werken bij het ministerie komt overeen met de indruk die hij opdeed van het beleidsadvieswerk van zijn twinningpartner Lieke: “Er is daar tijd om na te denken over oplossingen en om die met elkaar te bespreken. Tegelijkertijd zijn de mensen daar ambitieus: ze willen iets bereiken, verbeteren.”
En, niet onbelangrijk voor Erik, daar worden ze ook voor beloond. Erik haalt veel motivatie uit zijn persoonlijke wil om goed werk te leveren, maar vindt het ook belangrijk om erkenning te krijgen voor wat hij doet, in de vorm van salaris of verantwoordelijkheden.

Op bezoek bij Lieke zag Erik dat zij veel ruimte had om haar eigen agenda te bepalen. Dat sprak hem bijzonder aan: “Als ik bij Lieke op bezoek was, konden we gerust 1,5 a 2 uur onze plannen bespreken. Bij mij op school moet ik na een uur alweer door naar de volgende les.” Lieke haalde die tijd ’s avonds of in het weekend wel weer in, maar kon in ieder geval zelf haar tijd indelen. In het onderwijs bepaalt het rooster wanneer je waar bent.
Daarnaast was Erik onder de indruk van de aandacht voor professionalisering, die bij Capgemini onderdeel van het werk is: “Ik beschouw mijn school zeker als een lerende organisatie. We hebben ambities om te verbeteren en maken daar ook werk van. Maar we doen dat vaak tussendoor en dan bezinken afspraken niet. Lieke kwam met haar collega’s structureel elke maand samen om elkaar presentaties te geven collega’s over nieuwe ontwikkelingen op hun werkterrein. Dat is goed voor de team spirit en het draagt ook bij aan de organisatie-ontwikkeling.”

Op haar beurt was Lieke juist gecharmeerd van het reilen en zeilen in een onderwijsorganisatie. “Als docent sta je middenin een groep van jonge mensen die zich volop aan het ontwikkelen zijn, en heb je daar heel direct invloed op. Dan heb je misschien minder lang de tijd om over bepaalde keuzes na te denken, maar je kunt wel snel zien of iets werkt of niet.“ Als consultant bij Capgemini werkte Lieke veel met ambtenaren die redelijk ver van de praktijk afstaan, terwijl ze wel beleid ontwikkelen voor die praktijk. Zelf wil ze die koppeling juist graag in haar werk terugzien.

Dank zij haar deelname aan het job twinning traject heeft Lieke antwoord op haar vraag of ze zich zou thuis voelen in een onderwijsorganisatie: een volmondig ‘ja’. Als zij bij Erik en zijn collega’s lessen bijwoonde, zag Lieke dat lesgeven veel verder ging dan alle leerlingen bij de les houden. “De docenten letten goed op wat leerlingen nodig hebben, vormen zich een beeld van wat leerlingen kunnen en moeilijk vinden. Ze bedenken hoe zij de leerlingen kunnen meenemen, hoe ze ook de leerlingen die hun vinger niet opsteken toch verder kunnen helpen. En dat niet een keer, maar wel zes keer op een dag, voor allemaal verschillende klassen. “
Dat is iets waar zij aan wil meewerken. Niet in eerste instantie als leraar, al overweegt ze op termijn wel de lerarenopleiding te gaan doen. Maar ook vanuit een andere functie in een school kan ze zich bewegen tussen de mensen voor wie ze werkt. Haar deelname aan het job twinning traject, en haar partnership met Erik, gaf haar het zetje om te solliciteren bij het ROC van Flevoland, waar ze inmiddels als opleidingsmanager aan de slag is gegaan.

Spiegelen

Erik heeft Lieke bewust gemaakt van het feit dat het onderwijs een doordenderende trein kan zijn. Het is werk dat ertoe doet, maar je moet het wel aankunnen. Lieke heeft Erik laten zien dat wat een voordeel is van beleidsadvisering (nadenken en afstemmen), ook nadelen kan hebben: er gaat vaak heel veel tijd overheen, concepten gaan over veel schijven en er worden compromissen gesloten. Als een leraar ziet dat iets niet werkt, kan hij zijn lessen de volgende dag, of de volgende les, al aanpassen.

Beiden hebben dankzij het job twinning traject gezien hoe een andere organisatie werkt en hoe professionals in andere sectoren werken. Daarnaast levert zo’n kijkje in andermans keuken ook belangrijke inzichten op over je eigen organisatie en over je eigen functioneren en opvattingen. Zo ontdekte Lieke dat haar referentiekader van het onderwijs eigenlijk flink verouderd was. “Ook al lees ik de kranten en volg ik ontwikkelingen in het onderwijs, mijn beeld van hoe een lesdag eruitziet werd nog grotendeels bepaald door mijn eigen middelbare schooltijd. Door een dag mee te lopen op een school, zag ik van binnenuit hoezeer het onderwijs in Nederland zich flink heeft ontwikkeld. Daardoor moest ik mijn eerdere opvattingen enigszins bijstellen.”
En terwijl Erik Lieke wilde laten zien hoe een schoolorganisatie functioneert, leerde hij van de vragen die zij hem stelde: “Zij benoemde zaken die mij al niet meer opvielen, maar waarvan het wel goed was dat ze me erop wees. De klas die Lieke superenthousiast vond, gedroeg zich voor mijn gevoel vrij mat. Door haar ogen keek ik weer anders naar de klas en naar mezelf. ”

Vooruitblik

Erik en Lieke hebben allebei hun persoonlijke ontwikkeldoelen behaald. Lieke weet nu dat ze zich thuis voelt in een schoolorganisatie en heeft onlangs de overstap gemaakt van bedrijfsleven naar onderwijs. Erik heeft meegemaakt hoe een adviesorganisatie beleid ontwikkelt en ziet zichzelf in de komende jaren soortgelijk werk doen. Dat zou kunnen als hybride docent waarin hij het lesgeven combineert met een beleidsfunctie. Dan hoeft hij de dynamiek van het lesgeven niet te missen. Maar eerst gaat hij een jaar reizen: hij gaat over de hele wereld scholen en onderwijsorganisaties bezoeken om te leren wat werkt en wat beter kan.

Beiden bevelen anderen van harte aan om ook een kijkje te nemen in de keuken van een andere organisatie. Lieke: “Stel jezelf open voor nieuwe inzichten. Als je beleid ontwikkelt, loop dan mee met de praktijk. Stap uit je comfortzone, beleef een andere dag dan al je andere dagen.”
Erik: “Ook al ben je een goede docent, blijf jezelf de vraag stellen of je het goede doet en of je dat goed doet. Ontwikkel je. Beschouw dat niet als iets dat extra tijd kost, maar als een belangrijk onderdeel van wie je bent als leraar.”

Erik Ex, deelnemer Job twinningErik Ex
Nadat Erik geschiedenis had gestudeerd, volgde hij de master lerarenopleiding aan de Universiteit Utrecht. Direct daarna ging hij bij ORS Lek en Linge aan de slag in de bovenbouw van havo-vwo. Daar initieerde hij als onderwijspionier ook De Zilveren Stad, en Balkanschimmen, onderwijsprojecten waarin havo-leerlingen zich verdiep(t)en in de oorlog in Bosnië: op school, bij het Joegoslavië-tribunaal en in Bosnië zelf.

Lieke Witlox, deelnemer Job twinningLieke Witlox
Lieke heeft bedrijfsjournalistiek en bestuurskunde gestudeerd en was enkele jaren werkzaam als beleidsmedewerker bij NDP Nieuwsmedia, de branche-organisatie voor nieuwsbedrijven. Daarna maakte zij de overstap naar Capgemini, waar zij senior consultant werd voor programma’s in de publieke sector. Sinds juni 2017 werkt zij als opleidingsmanager bij het ROC van Flevoland.

Over job twinning

Job twinning is niet alleen interessant voor mensen die een carrièrestap overwegen. Andere deelnemers doen mee omdat zij willen leren hoe het besluitvormingsproces binnen een andere organisatie verloopt, omdat ze expertise zoeken om een project mee te realiseren, of ‘gewoon’ omdat ze over de schotten van de eigen organisatie of sector heen willen kijken.
Het initiatief voor job twinning komt van Hybride Docent, dat zich richt op verrijking van loopbanen en professionalisering in het onderwijs. De organisatie initieert onderzoek naar de onderwijsarbeidsmarkt, en begeleidt diverse professionaliseringstrajecten en leernetwerken binnen het onderwijs. Samen met Louwrens Nederlof coördineer ik het job twinning traject voor de regio Amsterdam.
Doel van job twinning is een kruisbestuiving tussen het onderwijs en andere sectoren: de professionele dialoog die wordt aangegaan bij job twinning is niet alleen leerzaam voor de deelnemers zelf, maar draagt ook bij aan de verbetercultuur van de organisaties waar zij werkzaam zijn. Wil je zelf ook eens een kijkje nemen in de keuken van een andere organisatie en samen leren met een professional die werkzaam is in een andere sector? Vanaf september kun je meer informatie vinden op de site www.jobtwinning.nl.

Job twinning: een bijzondere vorm van professionaliseren
Facebooktwitterpinterestlinkedintumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *