Het omschakelen naar het afstandsonderwijs was al een prestatie van formaat. Nog knapper is de prestatie van de mensen voor wie onderwijstechnologie drempels opwerpt. Maar dat we nu opeens allemaal online lesgeven, maakt niet meteen van alle docenten experts in afstandsonderwijs. Om onze premier te citeren: “We zijn voorbij de start, maar nog niet aan het einde van het begin.” 

Digitale drempels over

Een collega van mij die zichzelf bestempelt als digibeet, zat peentjes te zweten in de week voordat wij onze lessen op afstand gingen geven. MS Teams was helemaal nieuw voor hem en sowieso was hij al nooit zo’n fan van al die technologische poeha. Maar het lukte hem zich het programma eigen te maken en zijn lessen te draaien. Wat ik vooral heel mooi vond was dat hij het aandurfde om dingen uit te proberen en niet aarzelde om vragen te stellen. Ik weet dat dit voor echte digibeten heel erg moeilijk is juist die drempel over te stappen, dat ze zich schamen voor wat ze niet weten en kunnen. Ik ben dus enorm trots op mijn collega en alle anderen die zichzelf dezer dagen hebben overtroffen.       

Maar het verzorgen van lessen online is nog maar stap 1. Of eigenlijk: één stap in het proces. Om goed afstandsonderwijs goed te verzorgen, moeten onderwijsinhoudelijke en onderwijstechnologische afwegingen gemaakt worden. Die afwegingen moeten docenten kunnen maken: daar moeten ze toe in staat zijn en daar moeten ze toe in staat gesteld worden. Daarvoor zie ik in ieder geval twee uitdagingen.

De digitale kloof op school dichten

Op dit moment is er een wildgroei aan overzichten van edutools en edtech mogelijkheden. Tech enthousiastelingen buitelen over elkaar heen met tips en tricks om online kennisquizzes af te nemen, met peer feedback te werken, filmpjes in te zetten etc. Voor wie al enigszins thuis is in diverse tools, gaat het uitproberen van nieuwe apps en programma’s snel en gemakkelijk.  Volgens het principe van het Mattheüs-effect leren zij veel meer tools kennen en gebruiken, terwijl collega’s die altijd al minder met ICT deden en hadden, daarin achterblijven.

Het is niet zo dat deze ‘achterblijvers’ helemaal geen gebruik maken van ICT. Veel edutools zijn betrekkelijk laagdrempelig in het gebruik. Na een korte uitleg of demonstratie van een collega, kunnen ook mensen die minder tech savvy zijn, goed uit de voeten. Dat betekent echter nog niet dat ze de mogelijkheden van onderwijstechnologie doorgronden en dat ze op basis daarvan hun lessen inhoudelijk dusdanig kunnen aanpassen, dat die tools daarin ook echt een meerwaarde hebben. En ook niet dat ze weten hoe ze leerlingen, die zelf ook moeite hebben met digitaal onderwijs bij de les kunnen houden (Zie ook mijn blogs over digital naives en blurred learning).

Professionaliseren

Als autonome professionals kunnen docenten zelf kiezen welke tools ze wel en niet gebruiken. Toch komt er bij het structureel inbedden van ICT in het onderwijs meer kijken dan alleen de afweging welke apps passen bij het eigen vak of de eigen lessen. Digitaal competente docenten moeten in staat zijn om niet alleen op gebruikersniveau tools toe te passen in de les, maar ook om de bruikbaarheid ervan te beoordelen (wat ook inhoudt dat zij de privacygevoeligheid kunnen bepalen) en om met behulp van ict onderwijsinhouden te ontwerpen die daadwerkelijk bijdragen aan het leerproces van de leerlingen/studenten.  In zekere zin moeten zij altijd early adopters zijn van nieuwe onderwijstechnologieën.

Dit is iets waar zowel aankomend docenten en zittende docenten in (bij)geschoold moeten worden. Er is veel voor te zeggen om digitale competentie toe te voegen aan het competentieprofiel van de leraar. De competentieset van het iXperium biedt hiervoor een goede basis. Daarin is beschreven dat een digitaal competente docent instrumenteel, informatie- en mediavaardig moet zijn, maar bovendien in staat moet zijn om ict pedagogisch en didactisch in te zetten, ict-rijke leerarrangementen te ontwerpen, te evalueren in ict-rijke processen, om te leren en innoveren met ict en om op te leiden tot ict geletterde leerlingen (want met die digitale geletterdheid van jongeren valt het wel mee).

Professionalisering op het vlak van ict in het onderwijs zou volgens mij bovendien niet een kwestie van individuele (bij)scholing moeten zijn, maar een team effort. Als team stel je een pedagogisch-didactische visie op en bepaal je hoe je ICT daarin wilt integreren, kies je een elektronische leeromgeving en bepaal je welke aanvullende licenties je wilt afsluiten, ermee rekening houdend dat het aanbod herkenbaar is en het leerproces ondersteunt in plaats van bemoeilijkt.  Wel zullen er verschillen zijn in digitale competentie. Daarom is ondersteuning noodzakelijk, die bijvoorbeeld kan worden geboden via (interne) trainingen, leernetwerken of ontwikkelsessies.

Dus voordat onderwijsinvesteringen nu meteen in de richting gaan van de nieuwste onderwijstechnologieën, in de hoop dat de early adopters van onderwijstechnologie de achterblijvers vanzelf meeslepen, is het advies: investeer vooral in (team)professionalisering, zodat leraren zelf kunnen onderbouwen op welke manier zij ICT het beste in hun onderwijs kunnen integreren, en bied hier voldoende ondersteuning bij – niet alleen in de vorm van online overzichten (van overzichten van overzichten), maar vooral ook via peer learning. Professionaliseren doe je samen. 

Meer lezen

De digitaal competente docent
Facebooktwitterpinterestlinkedintumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *