Boekbespreking Maryanne Wolf – Reader, come home

Aan alle lezers en niet-lezers

Een (populair-)wetenschappelijk boek dat is geschreven als verzameling brieven aan haar lezers, dat is Reader, Come Home – the reading brain in a digital world van MaryAnne Wolf. Wie die lezer is? Wat haar (en mij) betreft zeker niet alleen mensen die voor hun werk met taal en lezen bezig zijn. Dit werkt is minstens zo belangrijk voor mensen die niet direct begaan zijn met lezen – en die dat wel zouden moeten zijn. Dus ben je docent Aardrijkskunde in het voortgezet onderwijs of docent Retail in het mbo: stuur dit bericht vooral door naar je collegadocent Nederlands, maar vergeet niet het zelf ook even te lezen. Heb je geen tijd om het boek zelf te lezen, dan zet ik hier de (volgens mij) belangrijkste punten voor je op een rij. *)

Weten en lezen versterken elkaar

Wolf, Amerikaans hoogleraar in neurowetenschappen en psycholinguistiek, zet in haar boek een aantal belangrijke verbindingen uiteen: tussen diep lezen en versterkte breinactiviteit, tussen het menselijke contact (specifiek de ouder-kindrelatie) tijdens voorlezen en de taalontwikkeling van kinderen, en tussen weten en lezen.
Om met die laatste te beginnen: Wolf benadrukt meermalen op overtuigende wijze dat (diep) lezen en weten elkaar versterken. Ze noemt in dit verband het Matthew-Emerson effect. Dit is een combinatie van het Mattheuseffect (kort samengevat: de rijken worden rijker en de armen worden armen; vergelijk wie meer leest gaat meer lezen en wordt daar beter in, wie minder leest, gaat steeds minder en minder goed lezen) en de uitspraak van Ralph Waldo Emerson dat lezen een actieve, creatieve daad is. In feite: als je je brein ‘aanzet’ tijdens het lezen, ben je in staat om meer betekenissen aan teksten te onttrekken en eraan toe te kennen en om je kennis te vergroten.
Het Matthew-Emerson effect houdt dan in: wie veel en goed leest, beschikt over de kennis en het inzicht om wat men leest ook effectief toe te passen; wie weinig en slecht leest, is minder goed in staat om analytisch na te denken, af te leiden en conclusies te trekken. Wolf: “Our young will not know what they do not know.” (p.56)

Dit verband tussen lezen en weten is relevant voor iedereen die denkt dat je kennis leert bij een vak, en leesvaardigheid bij Nederlands. Zeker, lezen is een hoofdvaardigheid van het vak Nederlands en daar wordt ook tijd ingeruimd om literatuur te lezen en te bespreken. Dat betekent echter niet dat leerlingen of studenten (ik richt me nu even tot het voortgezet onderwijs en het mbo) wat ze bij Nederlands leren over lezen ook vanzelf toepassen bij de zaak- of beroepsvakken. Terwijl ook daar grote delen van de instructie, opdrachten, toetsen bestaan uit taal en tekst.
Hoe zorg je dat je leerlingen moeilijke teksten begrijpen? Door de teksten te relateren aan wat ze al over het onderwerp weten.

Daarom denk ik dat investeren in leesvaardigheid niet alleen een opdracht is aan docenten Nederlands, maar juist ook aan de docenten van de zaak- en beroepsvakken. Het is zelfs in hun belang: door met hun leerlingen en studenten teksten te analyseren en te bespreken (wat staat er eigenlijk in die tekst, waarom staat dat er zo, wat betekent het, hoe rijmt het met wat je al weet?) en deze te relateren aan wat ze (moeten) weten over het vak, zullen ze beter in staat zijn mentale verbindingen te leggen en de kennis in hun brein te laten beklijven.

Maken digitale devices ons dommer?

Goed. Lezen dus. Diep en veel. Maar hoe? Moeten dat altijd gedrukte teksten zijn, of mogen we ook van een scherm lezen? Wolf is daar vrij stellig over. Ze waarschuwt dat het toenemende gebruik van digitale devices een nadelige impact heeft op de werking van ons brein. Om dat te begrijpen, is handig om eerst te weten wat er in ons brein gebeurt als we lezen. Wolf legt dat op zeer toegankelijke wijze uit: we vangen eerst het visuele beeld van letters, vervolgens wordt die lettercombinatie ‘herkend’ als woord, daarna volgt de herkenning van het begrip en daarna worden alle mogelijke/bekende betekenissen en associaties opgeroepen. Dank zij wat we al weten, zijn we ook in staat om het vervolg van de zin al enigszins te voorspellen: zonder de inhoud van de tekst te kennen, bereidt ons brein zich al voor op de woorden die komen gaan. Daarna bedenken we mogelijke contexten om de in de tekst bedoelde betekenis te bepalen, waarbij we onze eigen herinneringen en emoties aftasten. Wanneer we diep lezen (ofwel: wanneer we meer tijd besteden aan het geconcentreerd lezen van langere teksten), hoe groter ons interne kennisreservoir wordt – en hoe groter dat reservoir, hoe beter we in staat zijn om te begrijpen (en te anticiperen op) wat we gaan lezen, om verbindingen te leggen, te interpreteren, af te leiden, gevolgtrekkingen te maken in ons brein. 

Bij lezen van schermen gebeurt iets heel anders, stelt Wolf. Zo is nauwelijks sprake van diep lezen, maar eerder van het oppervlakkig en passief consumeren van brokjes gefragmenteerde informatie. Wie informatie van een scherm haalt, switcht voortdurend van taken en ontvangt voortdurend allerlei prikkels, waardoor de aandacht wordt verdeeld, waardoor de actieve processen van diep lezen niet in het brein plaatsvinden. Sterker, lezen van een scherm verslechtert ons vermogen om informatie in ons brein te structureren en onthouden (p.78). Ze legt een relatie met aandachtsstoornissen: het snelle schakelen tussen prikkels veroorzaakt een ‘dopamine-addicted feedback loop’: het brein wordt ‘beloond’ voor het verliezen van aandacht en het constant zoeken naar externe informatie. Het is echter een kortstondige beloning die volgens Wolf duur kan komen te staan: “We think we know enough, that misleading mental state that lulls us into a form of passive cognitive complacency that precludes further reflection and opens wide the door for others to think for us.” (p.198)

Bevorder duale geletterdheid

Na bovenstaande gelezen te hebben, zou je verwachten dat Wolf het antwoord op de vraag of digitale devices ons dommer maken, volmondig met ‘ja’ beantwoordt. Toch ligt dat genuanceerder. Wolf is heel duidelijk in haar bewijsvoering dat ons brein gebaat is bij het oefenen in diep lezen en dat digitale devices voor het diep lezen van langere teksten nadelig zijn. Echter, ze ziet wel degelijk de voordelen van het werken met digitale devices – alleen niet voor diep lezen. Digitale devices kunnen ons helpen om andere neurale processen te bewerkstelligen: zoals programmeren en creëren. Zo kan programmeren of coderen helpen om probleemoplossend te leren denken, na te denken over de relatie tussen oorzaak en gevolg.

Ze stelt dus allerminst voor om de devices uit het raam te gooien en terug te keren naar het lezen van papier, maar om slim te combineren: Wolf pleit voor de ontwikkeling van ‘biliterate brains’. Ze doelt hiermee op een combinatie van geletterdheid in traditionele zin (kunnen lezen en schrijven van met name langere teksten) en digitale geletterdheid. “At the same time that children are learning to think and to read in the slower medium of print, they will also be learning to think in a different way on fast-moving screens.” (p.174)

Dit advies komt in eerste instantie een beetje over als een compromis van iemand die de strijd tegen technologie heeft opgegeven: we kunnen er niet omheen, dus laten we dan maar zorgen dat ze zo goed mogelijk naast elkaar kunnen bestaan. Maar voor Wolf is het niet slechts een pragmatische afweging. Ze wijst op het belang van digitale wijsheid: “So that they learn, first, how to make good decisions about content and, second, how to self-regulate and check their attention and ability to remember what they have read during online reading, both in and out of school.” (p.178) Kinderen moeten leren dat elk medium, net als taal, zijn eigen regels en kenmerken heeft en dat elk medium ook in te zetten is voor verschillende doeleinden – met verschillende tempo’s en ritmes. Wolf ziet het dus als pure noodzaak dat kinderen leren om beide talen (de taal van het digitale medium en de taal van tekst) te beheersen. Zelf zie ik daar in ieder geval de logica wel van in: als je door veel en diep te lezen meer kennis opdoet, ben je ook beter in staat te variëren in de bronnen die je gebruikt en kun je beter bepalen hoe je online informatie kunt duiden. Taal, kennis en pluriform brongebruik grijpen op elkaar in, zoals ik ook elders laat zien.

Wat en hoe te lezen? 

In Reader, Come Home gaat Wolf ook nog in op het belang van voorlezen en de rol van ouders daarbij. Ze haalt onderzoek aan waaruit blijkt dat kinderen die hebben geprofiteerd van het menselijke contact met ouders tijdens het voorlezen, hoger scoren op taalvaardigheid (p.134). Wat me hierbij wel opvalt, is dat ze het over voorlezen in het algemeen heeft. Het lijkt me dat uitmaakt hoe wordt voorgelezen en wat de relatie tussen ouder en kind is. Een vader of moeder die laaggeletterd is, heeft waarschijnlijk meer moeite om met intonatie spanning en emotie aan te brengen, of het gesprek over de tekst aan te gaan. Dat zal ook effect hebben op hoe het kind teksten beleeft en de motivatie om later te lezen. Hier had ik graag meer over willen weten. 
Daarnaast maakt volgens mij ook uit wat wordt gelezen en wat je daar vervolgens mee doet. Door het hele boek heen gebruikt Wolf uitsluitend de termen lezen en diep lezen, alsof de activiteit van het lezen op zichzelf staat. ‘Lezen’ is zo een neutrale en daardoor veilige, maar ook zeer abstracte term. Maar in hoeverre breid je je kennis uit als je altijd hetzelfde type teksten blijft lezen, of teksten die altijd je eigen mening bevestigen? Voor onze mentale ontwikkeling, de uitbreiding van ons kennisreservoir en het kritisch denken, lijkt mij ook van belang dat ons leesmenu gevarieerd is – zowel wat betreft soorten teksten (lesboeken, literatuur, nieuwsberichten en achtergrondreportages, historische boeken etc) als perspectieven daarbinnen. En dat we over wat we lezen in gesprek gaan met anderen, om ook te ervaren hoe zij dezelfde tekst beleven, te horen met welke kennis zij die associëren, en ons met hen te verbinden. 

Tot slot: Brieven die om een (re)actie vragen

Voor mensen die niet of weinig lezen, kan lezen overkomen als een passieve aangelegenheid, als saai eenrichtingsverkeer waarin ze maar moeten slikken wat een schrijver eerder heeft bedacht. Expertlezers weten beter: lezen is juist een – zij het asynchrone – dialoog tussen lezer en schrijver, waarbij de lezer evengoed betekenis geeft aan het verhaal. Daarom beleven verschillende lezers eenzelfde verhaal heel anders. 
Het lijkt of Maryanne Wolf in dit boek haar relatie met de lezer heeft willen benadrukken door elk hoofdstuk te schrijven als brief. Ze begint elk hoofdstuk dan ook consequent met de aanhef Dear Reader en sluit af met Yours Sincerely, Your Author. Ik moet zeggen dat ik dit in het begin een beetje gekunsteld vond, zeker voor een (populair-) wetenschappelijk werk. Uiteindelijk kon ik het wel waarderen, omdat ik me aangesproken voelde als expertlezer die meedenkt over hoe we ervoor kunnen zorgen dat ieder kind dezelfde kansen krijgt om te lezen en zich daardoor te ontplooien. Wolf doet een beroep op zowel onze ratio als op ons hart, maar het boek wordt nergens wee; ze blijft onderzoeksresultaten aanhalen waaruit blijkt hoe belangrijk duale geletterdheid is voor ons brein, onze algemene ontwikkeling en zelfs voor een vitale democratische samenleving. Zij heeft ons van een onderbouwing voorzien, nu is het aan ons om er werk van te maken. 

Meer lezen

Maryanne Wolf – Reader, Come Home. The Reading Brain in a Digital World
(link naar Athenaeum Boekhandel; of bestel bij je eigen lokale boekhandel)

*) Update 22 februari 2021 – In een eerdere versie van deze blogpost verwees ik naar een weetje dat Maryanne Wolf in haar boek had opgenomen, namelijk dat het Bureau of Prisons in de Verenigde Staten de leesstatistieken in het basisonderwijs gebruikt als voorspeller van het aantal in de toekomst benodigde gevangenisbedden. In de reacties (zie hieronder) werd ik erop gewezen dat Wolf hier een mythe als feit presenteert. Het artikel waarin die onjuistheid wordt ontkracht is zes jaar eerder gepubliceerd dan Wolfs boek en het is dus in theorie mogelijk dat het Bureau of Prisons sindsdien wel die gegevens als voorspeller is gaan gebruiken. Maar daar kon ik niets over terugvinden, dus heb ik dit onderdeel uit de tekst verwijderd. Het was een nice to know weetje, terwijl het verdere betoog en de stevige onderbouwing need to know zijn.

Pleidooi voor duale geletterdheid
Facebooktwitterpinterestlinkedintumblrmail
Getagd op:                                    

3 gedachten over “Pleidooi voor duale geletterdheid

  • 17 februari 2021 om 13:37
    Permalink

    Je stuk, dat overigens prima de luxe is, begint met een hardnekkige mythe die Wolf blijkbaar – ik heb er denk ik overheen gelezen toen ik het boek las – te gemakkelijk heeft overgenomen. John Hudson schreef in 2012 in The Atlantic: ‘A few weeks ago I contacted nearly every department of corrections in the nation. I heard back from 25 states saying they do not use elementary reading levels to plan for future prison beds. We have no idea where this originated from.’ Hij houdt vervolgens een pleidooi om dit misschien toch maar wel te doen.

    Beantwoorden
    • 17 februari 2021 om 13:39
      Permalink

      Correctie: Hudson citeert California Department of Corrections and Rehabilitation spokeswoman Terry Thornton. Excuses.

      Beantwoorden
    • 22 februari 2021 om 18:37
      Permalink

      Dag Martin,
      Scherp, goed dat je me erop wijst. Ik heb de tekst aangepast, zie de gecursiveerde toelichting onderaan de blogpost.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *