Terwijl mbo’s druk zijn met alle aanpassingen voor de lessen en praktijkexamens die vóór de zomer moeten plaatsvinden, moeten ze ook al aan de slag met aanpassingen van het lesprogramma voor na de zomer. Afgaand op de vele verzuchtingen die ik op EduTwitter lees, lijkt het of de meeste docenten het de afgelopen periode als een noodzakelijk kwaad zagen en hopen op een terugkeer naar de oude situatie. Toch zal ook na de zomer hoogstwaarschijnlijk sprake zijn van een mix van fysiek onderwijs en onderwijs op afstand.
In een ideale situatie kun je als school- of opleidingsteam goed nadenken over onderwijsvisie en curriculum. Maar de situatie is niet ideaal, er zijn nú quickfixes nodig. Op één van de mogelijke quickfixes ga ik in dit blog in: simultaan onderwijs. Wat houdt het in, hoe pak je dit aan, en is het eigenlijk wel een (quick) fix?

Twee halve groepen: een dubbele les?

Sinds kort zijn de basisscholen en middelbare scholen weer open. Rekening houdend met de maatregel om anderhalve meter afstand in acht te nemen, kiezen veel scholen ervoor om hun leerlingen bij roulatie naar school te laten komen. De helft van de klassen komt bijvoorbeeld alleen de ochtenden, of op maandag en dinsdag terwijl de andere helft thuiswerkt en omgedraaid krijgt die andere helft thuis les in de middagen of op donderdag en vrijdag en blijft de eerste helft dan thuis – al dan niet met zelfstandig te maken opdrachten. Er wordt ook gekeken naar en geëxperimenteerd met lessen waarbij een deel van de klas de les op school krijgt en een deel van de klas diezelfde les tegelijkertijd vanuit huis volgt.
Hier worden verschillende termen voor gehanteerd. Ik hoorde al geregeld de termen hybride of blended learning voorbijkomen. Nadeel van ‘hybride’ is dat deze term in de context van het mbo al langere tijd wordt gebruikt voor de mix van onderwijs op school en onderwijs in de beroepspraktijk. Blended learning dekt de lading ook niet helemaal. Het klinkt wel heel erg ‘online,’ maar van blended learning is juist ook sprake wanneer webtools in een offline les worden ingezet.
Wilfred Rubens heeft het over een ‘om en om’ model, maar de term om en om vind ik eerder passen bij de situatie die ik aan het begin van deze alinea schetste.

Zelf ben ik de term simultaan onderwijs gaan gebruiken. Collega’s nemen deze nu ook heel gemakkelijk over en dan begrijpen we ook meteen wat wordt bedoeld: tegelijkertijd fysiek én op afstand les. Een docent heeft in de klas fysiek contact met de aldaar aanwezigen en op afstand met de studenten die dezelfde les tegelijkertijd vanuit huis volgen. Een groot voordeel ten opzichte van roulerende groepen kan zijn dat je elke les maar een keer hoeft te geven en gedurende dezelfde periode meer lessen kunt verzorgen – al kun je je afvragen of dat wenselijk is. Anderzijds, als je een klas opsplitst in een helft die fysiek aanwezig is en een helft die op afstand meedoet, heb je waarschijnlijk dubbel zoveel werk aan dezelfde les. Als het enigszins mogelijk is, doe dan liever minder goed dan veel matig.  

Simultaan, hoe pak je dat aan?

Er komt wel wat bij kijken om een simultaan verzorgde les goed te laten verlopen.

  • Allereerst moet dit in onderwijslogistiek opzicht goed geregeld zijn: hoe kies je wie naar school komt en wie thuis de lessen volgt? Geef je bijvoorbeeld voorrang aan de studenten die een moeilijke thuissituatie hebben of anderszins extra aandacht nodig hebben en laat je de mensen die minder hinder ervaren van het afstandsonderwijs, thuis? Ga je uit van vaste groepen, waarbij je bijvoorbeeld rekening houdt met reistijd en/of thuissituatie, of geef je studenten daar keuze in? Hoe leg je dit roostertechnisch vast, zonder de roosteraars stress te bezorgen?
  • Ook moet de techniek op orde zijn. Arjan van der Meij, docent natuurkunde bij De Populier in Den Haag (vo) rekende voor dat een school per leslokaal een paar honderd euro kwijt is om een livestream technisch in orde te maken. Je moet er dan nog wel voor zorgen dat je zelf gedurende de les zichtbaar blijft voor de studenten thuis, en ook de klasgenoten moeten verstaanbaar en liefst zichtbaar zijn. Andersom moeten de studenten die de les vanuit huis volgen ook verstaanbaar zijn voor de klas. En wie geen smartboard heeft maar een whiteboard gebruikt, moet ervoor zorgen dat ook dat zichtbaar is voor de studenten thuis.
  • Dat waren de randvoorwaarden. Bij het voorbereiden van lessen moet je didactische keuzes maken. Welke werkvormen kies je voor het activeren van voorkennis en het maken van opdrachten of het inoefenen van nieuwe begrippen? Kies hierbij waar mogelijk voor webtools, zoals Whiteboard.Fi, Padlet, Socrative. Zo verbind je je studenten aan elkaar omdat ze allemaal in dezelfde omgeving werken en maak je het jezelf een beetje makkelijk. Dat laatste moet in deze tijden mogen.
    En: als je je klas in groepjes wil laten samenwerken, denk dan na over hoe je dat aanpakt. Laat je de studenten die in de klas groepjes vormen met elkaar en de studenten thuis in groepschats werken, of zorg je juist voor een mix waarbij bijvoorbeeld tweetallen uit het klaslokaal werken met een tweetal dat thuis zit? Dat laatste zou ik aanbevelen, omdat je op die manier ook het contact tussen klas en thuis bevordert en je als docent makkelijker via de aanwezigen in de klas de aanwezigen thuis bereikt.
  • Hoe ga je je aandacht verdelen over alle deelnemers? Het is belangrijk om hier van tevoren goed over na te denken. Een natuurlijke impuls zal zijn om in de lessituatie vooral te reageren op wie in dezelfde ruimte zit. Dan kan het er zomaar bij inschieten om te denken aan de mensen die via het scherm meedoen, met het risico dat zij afhaken. Om dit te voorkomen zou je een van de in het klaslokaal aanwezige studenten de rol van moderator kunnen geven: hij of zij kan dan in de gaten houden of er vragen of reacties zijn. Net zoals je in een debatles ook een student de rol van timekeeper geeft.
  • Tot slot: neem de tijd, letterlijk en figuurlijk. Online lesgeven was al uitermate vermoeiend, leerden we de afgelopen maanden. Simultaan lesgeven zal helemaal een uitputtingsslag zijn. Hoe veel energie je er ook van krijgt om je studenten weer in levenden lijve te zien, het zal ook veel energie kosten om de les in goede banen te leiden en je aandacht over de groepen te verdelen. Laat lessen dus niet per se even lang duren als normaal, of ruim voldoende verwerkingstijd in voor de opdrachten (sowieso goed om het leren zichtbaar te maken tijdens de les i.p.v. huiswerk te geven) en plan voldoende pauzes in.

Quick fix of overgangssituatie?

Als je ziet wat er bij komt kijken, is simultaan onderwijs niet bepaald een appeltje-eitje.
Toch kijk ik nu vooral naar de mogelijkheden van simultaan onderwijs. Het is in ieder geval een oplossing waarmee opleidingen gehoor kunnen geven aan de anderhalvemetermaatregel, mits alle randvoorwaarden dan in orde zijn. Bovendien kunnen docenten die hun klassen node missen, eindelijk weer genieten van het fysieke onderwijs én zullen ook de studenten erbij gebaat zijn.
Of het een blijvende oplossing is, is lastig in te schatten. Het is ook goed mogelijk dat opleidingen er eerder voor gaan kiezen om een deel van de vakken of lessen geheel online en een deel geheel offline aan te bieden, in beide situaties alle studenten op dezelfde manier bedienend. Wel denk ik dat zowel docenten als studenten zich er op moeten instellen dat van terugkeer naar de oude situatie (voorlopig) geen sprake is.

Simultaan onderwijs
Facebooktwitterpinterestlinkedintumblrmail

Eén gedachte over “Simultaan onderwijs

  • 8 juni 2020 om 20:12
    Permalink

    Nog even een aanvulling:
    In bovenstaand blog maak ik geen onderscheid in vakken, terwijl dat wel zou moeten. Simultaan onderwijs is bijvoorbeeld wel mogelijk bij de generieke en theorievakken, maar leent zich minder goed (beter: niet) voor praktijkvakken of voor SLB-/mentoruren.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter op Fifi Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *