Flashcards_Onderwijs-met-ict_Fifi-Schwarz

Sinds corona ons onderwijs op zijn kop zette, vliegen de termen ons om de oren: afstandsonderwijs, hybride onderwijs, blended learning, en nog veel meer. Het valt me op dat die begrippen te pas en te onpas worden gebruikt, zonder dat men de betekenis ervan helemaal doorgrondt. Enige verwarring is onschuldig, maar het kan problematisch worden als het lukraak bezigen van begrippen leidt tot het onkritisch of ondeskundig toepassen van technologie. Daarom ben ik hier eens ingedoken en heb ik de meest voorkomende begrippen op een rij gezet. Daarbij geef ik wat achtergrondinformatie en kanttekeningen, inclusief bronnen voor wie meer wil weten.
Voor de duidelijkheid: onderstaande begrippen hebben niet alleen betrekking op online onderwijs, maar op alle onderwijs waarbij leraren ict inzetten – of dat nu online is, in het klaslokaal, op de stageplek of elders. Als ict niet meer weg te denken is uit het onderwijs, laten we dan in ieder geval kijken hoe we dit goed kunnen inzetten. Dat begint met het spreken van dezelfde taal.
Dit is een eerste reeks begrippen. Binnenkort volgen aanvullingen van onder meer de ontbrekende letters. Laat gerust een reactie achter als je een andere omschrijving kent dan hieronder is gegeven, of als je belangrijke begrippen mist.

Afstandsonderwijs (ook wel: onderwijs op afstand of online onderwijs) – Een vorm van onderwijs waarbij leerlingen/studenten niet aanwezig zijn op school, maar de lessen via internet volgen vanuit huis of een andere locatie. Deze term raakte in ons land snel ingeburgerd vanaf maart 2020 toen onderwijsinstellingen vanwege corona geen leerlingen meer konden toelaten op de schoollocaties en hun lessen online gingen aanbieden. Zowel de term als de onderwijsvorm bestaan echter al veel langer. Zo was in de vorige eeuw onderwijs via radio al een uitkomst voor leerlingen die in afgelegen gebieden wonen (bijvoorbeeld in Australië), konden mensen al langer cursussen volgen via educatieve televisie (zoals Teleac in Nederland) en bestaan thuiscursussen zoals die van LOI al bijna 100 jaar. De Encyclopedia Brittanica stelt dat ‘distance learning’ zelfs teruggaat tot de 19e eeuw, toen scholen onderwijs per post verzorgden. De term ‘afstandsonderwijs’ wordt sinds de lockdowns van 2020 veel gebruikt als tegenhanger van ‘fysiek onderwijs’ (zie F). Zelf vind ik de term, ook vanwege de vroegere betekenis, ongelukkig gekozen en denk dat ik dat online onderwijs (zie O) of gedistribueerd onderwijs (G) de lading beter dekken.

Asynchroon onderwijs (tegenhanger van synchroon onderwijs) – Onderwijssituatie waarbij docent en leerlingen/studenten niet tegelijkertijd aan de les of leeractiviteit deelnemen. Leerlingen/studenten bepalen zelf op welk moment van de dag ze aan opdrachten werken en/of vragen stellen aan de docent, die eveneens op een ander tijdstip kan reageren. In zekere zin kun je huiswerk maken zien als een vorm van asynchroon onderwijs, maar het gaat verder: asynchroon onderwijs houdt ook in dat docenten en leerlingen/studenten op verschillende momenten, buiten de ingeroosterde lessen om, contact met elkaar hebben over de lesstof. Zo kan de docent voorafgaand aan een les per video een uitleg of instructie geven en de lestijd vooral gebruiken voor vragen of verwerking. Het vraagt ook een andere manier van je lessen voorbereiden en vormgeven, zoals Ashwin Brouwer toelicht.

Blended onderwijs – Een doordachte mix van leeractiviteiten, die (afwisselend) op locatie of online, synchroon of asynchroon, maar wel in onderlinge samenhang worden aangeboden. Dit begrip komt geregeld langs in de context van overwegingen van mbo’s om standaard een deel van het onderwijs online en een deel offline aan te bieden. Maar daar gaat het over een beslissing waarbij het rooster bepalend is, terwijl bij blended onderwijs de onderwijsinhoud leidend is: wat onderwijs blended maakt, is de samenhang tussen de leeractiviteiten. Op basis van de inhoud bepaalt een docent welke onderdelen op welke momenten online of op locatie danwel synchroon of asynchroon worden aangeboden. Volgens blended learning expert Barend Last staat het leren – en dús de leerling/student – centraal. Toch zal weinig sprake zijn van blended leren zonder docenten die onderwijs ontwerpen en leeractiviteiten aanbieden die dat leren mogelijk maken: er is dus blended teaching voor nodig.

Computer Supported Collaborative Learning (CSCL)Samenwerkend leren met behulp van computers (Stahl). Een manier om leerlingen/studenten kennis actief te laten verwerken is door ze in kleinere groepen samenwerkend te laten leren. Dat kan binnen een les, maar ook lesoverstijgend, bijvoorbeeld in het kader van een project. Uitgangspunten zijn positieve wederzijdse afhankelijkheid, individuele verantwoordelijkheid, directe interactie en samenwerkingsvaardigheden (waaronder het evalueren van het groepsproces). Van computerondersteund onderwijs was al sinds de vorige eeuw sprake; het kon en kan goed worden ingezet in fysieke lessituaties. Sinds de komst van internet en de mogelijkheden die dit biedt om tijd- en plaatsonafhankelijk samen te werken, kunnen we spreken van samenwerkend leren met ict. Denk aan het gezamenlijk werken in gedeelde bestanden, online overleg, tools gebruiken voor mindmaps en presentaties.

Digitale Didactiek – De kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van ict bij het faciliteren van het leren (Simons). Tijdens de lockdowns hebben veel docenten kunnen ervaren dat het niet zinvol is om de didactiek uit het klaslokaal toe te passen in online lessituaties. Digitale didactiek gaat verder dan een leuke online tool inzetten als activerende werkvorm; al bij het ontwerpen en voorbereiden van je lessen denk je na over hoe je welke technologie inzet en hoe dit moet bijdragen aan het leren van je leerlingen/studenten. Online lessen, maar ook lessen in het lokaal waarbij ict wordt ingezet, vragen een andere didactische aanpak, evenals andere, didactische competenties van docenten (iXperium).

Digital natives – Bevolkingsgroep die niet bestaat. Geregeld komt de uitspraak voorbij dat jongeren veel digitaal vaardiger zouden zijn dan volwassen. Deze misvatting is gestoeld op een theorie uit de jaren negentig, die een hardnekkige mythe blijkt. Jongeren zijn wellicht snel in het in gebruik nemen van allerhande devices en applicaties, maar dat betekent niet dat hun gebruik kritisch en verantwoord is. In de context van onderwijs is van belang te beseffen dat de toepassing van technologie ook voor hen drempels kan opwerpen; net zoals docenten zich moeten bekwamen in digitale didactiek moeten jongeren ook opnieuw leren leren. Er ligt een extra verantwoordelijkheid bij docenten in het aanwenden van tools waarbij persoonsgegevens moeten worden ingevuld: de meeste leerlingen/studenten zullen de voorgeschreven tool gebruiken, simpelweg omdat de docent dit opdraagt. Het is dus zaak dat de docent zich ervan vergewist dat de privacy van de leerlingen/studenten niet wordt geschonden (zie Tools).

Emergency remote teaching– Het massaal door scholen inzetten van online diensten zoals Microsoft Teams, Zoom of Google Classroom om vanwege scholensluiting alsnog lessen op afstand te kunnen verzorgen. Deze term raakte in zwang toen scholen a.g.v. de coronamaatregelen in 2020 geen onderwijs op locatie meer mochten verzorgen en duidelijk werd dat veel docenten worstelden met deze nieuwe situatie: noodgedwongen hevelden zij veelal de didactiek van het lokaal over naar de online situatie, zonder de lesstof, instructie en werkvormen op die situatie af te kunnen stemmen (ofwel, om digitale didactiek toe te passen). Onderwijskundigen als Nynke Bos gebruiken de term emergency remote teaching bewust om een duidelijk onderscheid aan te brengen met bijvoorbeeld blended learning, waarbij wel sprake is van doordachte keuzes in het al of niet inzetten van ict in het onderwijs.

Flexibel onderwijs – Onderwijs dat studenten keuzevrijheid biedt in het samenstellen van hun eigen onderwijsprogramma of plekken waar zij onderwijs volgen, op eigen tempo of volgens eigen planning (SURF). In een toekomstscenario dat SURF schetst, gaat flexibel onderwijs over de grenzen van onderwijsinstellingen heen; studenten kunnen dan bij diverse instellingen onderwijsonderdelen volgen. In de praktijk (en zeker die van het mbo) wordt binnen onderwijsinstellingen gewerkt aan nieuwe onderwijsconcepten die flexibiliteit bieden: studenten kunnen zich dan bijvoorbeeld inschrijven voor workshops, spreekuren en kunnen er ook voor kiezen of ze lessen op locatie of online volgen. Terwijl hiermee wordt ingespeeld op een (vermeende) behoefte van studenten en van het bedrijfsleven (dat gebaat is bij professionals die zich van elkaar kunnen onderscheiden), heeft flexibilisering van onderwijs grote impact op de rol van docenten, instructie en de sociale functie van het onderwijs.

Flipping the classroom – Onderwijsvorm waarbij leerlingen/studenten in hun eigen tijd uitleg en instructie bekijken en de lestijd wordt gebruikt voor verwerking, vragen en discussie (Leraar24). Wanneer docenten hun les flippen, spreken zij bijvoorbeeld de instructie voorafgaand aan de les in op video, hun leerlingen/studenten bestuderen deze vervolgens voorafgaand aan de les, zodat in de les meer tijd is voor oefening of verdieping.

Fysiek onderwijs (ook wel face to face onderwijs) – Onderwijs waarbij het grootste deel van de leeractiviteiten plaatsvindt in het fysieke leslokaal en de deelnemers ook fysiek aanwezig zijn. Behalve dat deze term doet denken aan lichamelijke opvoeding, wekt deze de suggestie dat de gehele les analoog verloopt, terwijl docenten ook in het lokaal geregeld ict-toepassingen benutten. Daarom lijkt logischer om in plaats van over fysiek onderwijs te spreken over onderwijs op locatie als tegenhanger van afstands- of gedistribueerd onderwijs.

Gedistribueerd onderwijs – Onderwijs waarbij docenten en studenten vanaf verschillende plekken (en/of tijdstippen) deelnemen aan de onderwijsactiviteiten (Sage). De term wordt vooralsnog vooral gebruikt in het academisch onderwijs, maar kan ook worden gezien als een (beter) alternatief voor wat we sinds 2020 afstandsonderwijs zijn gaan noemen (zie A).

Gepersonaliseerd leren – Leerproces waarbij leerlingen op hun eigen wijze en tempo werken aan leerdoelen (NRO Kennisrotonde). Onderwijs dat uitgaat van gepersonaliseerd leren, lijkt ook – voorzover programma’s van toetsing en afsluiting of examenprogramma’s dit toelaten – inhoudelijk meer afgestemd te worden op de interesses en voorkeuren van leerlingen/studenten. Deze vorm van onderwijs neemt nu een vlucht, omdat ict-toepassingen, met name programma’s gericht op adaptief toetsen, hier een duidelijke meerwaarde kunnen hebben. Het gaat echter voorbij aan leren als sociaal proces en lijkt ook in strijd met het doel om kansengelijkheid te bevorderen. Wanneer leerlingen/studenten op eigen tempo kunnen leren, bestaat het risico dat snelle leerlingen sneller leren en langzame leerlingen langzamer. Bovendien vraagt gepersonaliseerd leren een grote mate van zelfregulatie, hetgeen bij veel jongeren nog niet volledig is ontwikkeld (Jolles).

Hybride onderwijs – 1) Een vorm van onderwijs waarin sprake is van een combinatie van leren (of lesgeven) op school en leren (of lesgeven) op de werkplek (ook wel hybride leeromgeving, ECBO)
2) Een vorm van onderwijs waarbij een deel van de studenten de les online volgt, terwijl een ander deel van de studenten tegelijkertijd de les volgen in dezelfde fysieke ruimte. Het is dus een combinatie van synchroon online en offline onderwijs (SURF)
Van alle begrippen die gebruikt worden in de context van onderwijs met ict, is dit in mijn optiek de meest problematische term, in ieder geval voor het mbo. In deze onderwijssector wordt de term hybride onderwijs namelijk al langere tijd gebruikt in de eerste betekenis.
Er zijn ook hybride docenten. Dat kunnen docenten zijn die een aanstelling hebben bij de onderwijsinstelling, maar het onderwijs verzorgen bij de bedrijven waar de beroepspraktijkvorming (stage, werkplekleren) plaatsvindt. Maar het kunnen ook docenten zijn die een parttime onderwijsaanstelling combineren met een parttime functie elders, bijvoorbeeld een bedrijf of de overheid.
Voor de situatie waarbij een deel van de leerlingen of studenten in het klaslokaal aanwezig is en een deel de les gelijktijdig op afstand volgt, dus de tweede betekenis, vind ik het logischer om te spreken van simultaan onderwijs (zie S).

I-coach – Medewerker in het mbo die docenten helpt om effectief gebruik te maken van ict en hun eigen ict-bekwaamheid te vergroten (saMBO-ICT). De mate waarin ROC’s i-coaches inzetten, verschilt per instelling. Bij sommige ROC’s zijn i-coachtaken belegd bij docenten, bij andere gaat het om een volwaardige beleids- en adviesfunctie, meestal ondergebracht bij een stafdienst als Onderwijs en Kwaliteitszorg. Sommige ROC’s hanteren ook andere benamingen, zoals digicoach, blended coach of mediacoach.

Mayer’s multimediaprincipes – Reeks uitgangspunten voor de toepassing van multimedia in het onderwijs, zoals beschreven door onderwijskundige Richard E. Mayer (Hooijdonk). Mayers adviezen over effectieve combinaties van woord, beeld en geluid stammen uit de jaren negentig van de vorige eeuw en zijn nog steeds van toepassing. Met name het inzicht dat illustraties niet altijd iets toevoegen – of vaak zelfs verwarrend werken – wanneer ze niet hetzelfde uitdrukken als de gesproken of geschreven tekst is van belang bij instructies.

Onderwijs met ict – Het gebruik maken van digitale technologie om onderwijs te verzorgen, leermiddelen te ontsluiten en de voortgang van leerlingen/studenten te volgen. Geruime tijd worden verschillende termen gebruikt om de impact van ict in het onderwijs te duiden. Denk aan digitaal onderwijs, onderwijsleertechnologie of e-learning. Een term die het sterkst tot uitdrukking brengt wat het doel van ict in het onderwijs is (of zou moeten zijn), komt van edublogger en e-learning specialist Wilfred Rubens: hij hanteert de term technology enhanced learning. Toch heeft het wat saaier klinkende onderwijs met ict mijn voorkeur, omdat dit het leren en lesgeven overstijgt Hoewel voor docenten in de praktijk de nadruk vaak ligt op de toepassing van tools om leerervaringen te verrijken, omvat onderwijs met ict ook de technische infrastructuur en organisatie van onderwijs (hardware, besturingssystemen en software-applicaties etc). Het toepassen van digitale technologie grijpt steeds meer in op onderwijsinhoudelijke keuzes. Het is niet slechts een kwestie van eerst de inhoud bedenken en daar de tools bij zoeken, maar een wisselwerking die vooraf een doordachte afweging vraagt over hoe het onderwijs in te richten en hoe daarbij – ook in organisatorisch opzicht – ict in te zetten.

Online onderwijs – Onderwijs dat via het internet wordt verzorgd. Docenten en leerlingen/studenten zijn niet (tegelijkertijd) in dezelfde ruimte, maar communiceren via een internetplatform. Sinds de corona lockdowns is deze term het equivalent voor afstandsonderwijs. Online onderwijs is logischer omdat het meer zegt over hoe het onderwijs wordt aangeboden, en omdat afstandsonderwijs al andere varianten kent. En het klinkt minder afstandelijk.
Een veelgehoorde kritiek in de afgelopen anderhalf jaar is dat online onderwijs slechter is dan fysiek onderwijs (onderwijs op locatie). Lector Digitale Didactiek Fleur Prinsen wijst erop dat die vergelijking behalve oneerlijk ook onproductief is en dat vooral zaak is te kijken hoe beide vormen elkaar kunnen versterken.

Simultaan onderwijs – Onderwijssituatie waarin een deel van de leerlingen/studenten in het klaslokaal aanwezig is gedurende de les en een ander deel deze les gelijktijdig op afstand volgt (Schwarz). Simultaan lesgeven kan een praktische oplossing zijn om mensen die vanwege ziekte of reisbeperkingen niet in de gelegenheid zijn naar school te komen. Het vraagt echter veel van docenten, die bij het voorbereiden van instructie en opdrachten al rekening moeten houden met het feit dat de klas is opgesplitst, ook technische maatregelen moeten treffen en hun aandacht moeten verdelen over de aanwezigen en de deelnemers op afstand.

Synchroon onderwijs (zie ook asynchroon) – Onderwijssituatie waarbij docent en leerlingen/studenten tegelijkertijd aan de les of leeractiviteit deelnemen .
Wanneer docent en leerlingen/studenten allemaal in hetzelfde lokaal bezig zijn met dezelfde les, is in feite sprake van synchroon onderwijs. Toegespitst op de situatie waarin onderwijs online wordt gegeven, en waar dus ook meer mogelijkheden zijn om buiten de lestijden om contact te hebben over de lesstof (zie A – asynchroon onderwijs), gaat het er vooral om dat docent en leerlingen/studenten tegelijk deelnemen aan dezelfde online les. Dat deze situatie deels overeenkomst met de les in het klaslokaal, betekent echter niet dat de docent de les op exact dezelfde manier kan geven. Online lessen vragen om digitale didactiek (zie D).

Thuisonderwijs – Onderwijsvorm waarbij ouders (of verzorgers) weloverwogen de keuze maken het onderwijs aan hun kinderen zelf op zich te nemen en niet aan een school te delegeren (NVvTO). Tijdens de lockdown van 2020 gebruikten veel nieuwsmedia de term thuisonderwijs – in feite foutief – gebruikt voor de situatie dat ouders hun schoolgaande kinderen noodgedwongen thuis moeten opvangen vanwege de scholensluitingen a.g.v. de lockdowns. Het begrip kent echter een langere historie en staat in de oorspronkelijke betekenis voor onderwijs dat ouders zelf aanbieden aan hun kinderen, bijvoorbeeld omdat zij zich vanuit levensbeschouwelijke overwegingen niet kunnen vinden in het reguliere onderwijsaanbod, of omdat hun kinderen vanwege hun sociaal-emotionele ontwikkeling niet kunnen meekomen in het reguliere onderwijs.

Tools – Digitale applicaties, meestal via internet te gebruiken, die als didactisch gereedschap kunnen fungeren in de les. Inmiddels is dit al een aardig ingeburgerd begrip, maar ik neem het wel op in deze lijst, om erop te wijzen dat het raadzaam is voor docenten om vooral binnen de eigen onderwijsinstelling te kijken welke tools ondersteund worden en voldoen aan de Algemene Verordening Persoonsgegevens. Als je online zoekt, kom je talloze voorbeelden tegen van tools die je voor allerhande werkvormen kunt inzetten. Dat is niet alleen een tijdrovende klus, het is vaak ook lastig te achterhalen in hoeverre de tool privacygevoelig is en/of bij welke functionaliteiten je licenties moet afsluiten. Voor je het weet, ben je verknocht aan een tool om erachter te komen dat je snel moet upgraden naar een betaalde licentie en anders je werk kwijtraakt, of dat je met het gebruik van de tool gegevens van studenten ongewenst deelt met derden. Docenten en onderwijsinstellingen moeten kunnen verantwoorden hoe zij gegevens van leerlingen/studenten verwerken en vooral: zorgen dat ze privacygevoelige informatie voldoende beschermen. Bij mbo’s weten i-coaches en ict-diensten doorgaans welke tools bruikbaar en betrouwbaar zijn en kunnen zij adviseren over de toepassing en daar ook ondersteuning bij bieden. Benut die kennis, dat scheelt je heel veel uitzoekwerk of frustraties achteraf. Eind 2021 stellen Kennisnet en saMBO-ICT een applicatie beschikbaar waarmee scholen zelf inzichtelijk kunnen maken welke tools in hun instelling worden ondersteund en aanbevolen.

Webinar – Online bijeenkomst, oorspronkelijk een Engelstalige samentrekking van web + seminar. Ook webinars schoten het afgelopen jaar als paddestoelen uit de grond en ook aan dit begrip wordt op verschillende manieren invulling gegeven. Zo gebruikt de ene organisator de term voor een lezing, waarbij een spreker een verhaal houdt en de deelnemers passief luisteren. Andere organisatoren richten webinars meer interactief in zodat deze het karakter hebben van een workshop, les of kennisdelingssessie. Deze vorm sluit het meest aan bij de oorspronkelijke betekenis (een seminar is een bijeenkomst waarin deelnemers kennis uitwisselen). Veel webinars worden opgenomen en zijn later terug te kijken. ‘Kan ik de livestream terugkijken? ‘ is het nieuwe ‘Komt er een verslag?’ Overigens is in de opnames vaak alleen de bijdrage van de hoofdsprekers te zien en niet van de deelnemers of de chat. Wie webinars aanbiedt, doet er goed aan hiermee rekening te houden (bijvoorbeeld vooraf bedenken dat je vragen herhaalt of opleest en/of de inbreng van deelnemers verwerken in de terugblik).

Bronnenlexicon: Een ABC van onderwijs met ict
Facebooktwitterpinterestlinkedintumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *