Over dit boek heb ik lang gedaan. Geregeld moest ik het even wegleggen om te kauwen op Zweistra’s filosofische beschouwingen. Het roept ook veel vragen op en in de analyse van complotdenken ontbreken naar mijn idee enkele grote ontwikkelingen. Toch kan ik dit boek zeer aanbevelen.

Boekomslag Cees Zweistra - Waarheidszoekers

Citaat flaptekst:

‘In dit boek maken we kennis met het nieuwe complotdenken. In klare taal maakt Cees Zweistra duidelijk waar het nieuwe complotdenken vandaan komt en welke rol technologie heeft in het ontstaan en verspreiden van complottheorieën. Via aansprekende beelden neemt hij een stevige positie in. Want is het nieuwe complotdenken een vorm van kritiek, een onschuldig tijdverdrijf of een alarmerend signaal van een technologische cultuur die dreigt te ontsporen?’

De rol van technologie in complotdenken

Filosofische beschouwingen waarop ik moest kauwen: ideeën als ‘wonen in de wereld’,  de ‘complotdenker als caligulist’ (Zweistra verwijst naar de Romeinse keizer Caligula zoals Albert Camus deze portretteerde in het gelijknamige toneelstuk), ‘losers die geen losers zijn maar scheppers.’

Zweistra valt heel erg veel in de herhaling. Het is complotdenkers om zichzelf te doen, ze zijn zelfgericht, het gaat ze om hun eigen werkelijkheid, OK, OK.

En dan stemt de onderliggende boodschap ook nog eens somber, zeker met uitspraken als deze:  ‘We bereiken elkaar nu niet en zullen dat ook in de toekomst steeds minder gaan doen; onze werelden zijn zich parallel aan het ontwikkelen.’

Waarom beveel ik dit boek dan toch aan? Daar heb ik drie redenen voor.

Ten eerste, Zweistra geeft een gedegen analyse van hoe de complotdenker van nu zich onderscheidt van complotdenkers uit andere tijden (recent en minder recent). Dat doet hij door diverse eveneens gedegen analyses over complotdenkers en complotdenken langs te lopen en daar de factor van technologie naast te zetten. Zweistra definieert het huidige complotdenken dan ook als ‘een zelfgerichte en via technologie vormgegeven verhouding tot een absurd gemaakt bestaan.’ Naar die definitie heeft hij zorgvuldig toegewerkt, hij presenteert hem pas op de helft van het boek. Daarna pelt hij die verder af – aan de hand van werk van Albert Camus, Hannah Arendt en Foucault, maar vooral ook van het gedachtegoed van diverse technologiefilosofen als Borgmann, Floridi, Turkle en Zuboff.   

Die technologiefilosofische rondgang is de tweede reden dat ik het boek zo de moeite waard vind. Uitermate interessant materie is dat, en ik heb meteen weer een paar boeken aan mijn leeslijst toegevoegd.  

Ten derde denk ik dat dit een belangrijk boek is, omdat Zweistra de vinger op de zere plek legt. Complotdenkers maken de bewuste keuze om de common ground te verlaten en zich in een eigen parallelle wereld te vestigen. Daarbij maken ze gretig gebruik van internettechnologie, die paradoxaal genoeg ooit ontstond vanuit het idee om een common ground te scheppen.

Dat afzonderen in een parallelle wereld deed mij denken aan het boek The Game waarin Alessandro Barrico stelt dat mensen online in een nevenwereld vertoeven.

Toch is het denken in termen van parallelle of nevenwerelden ook wel problematisch. Het wekt de suggestie dat ze los staan en apart opereren van de samenleving. Maar dat is niet zo: ze glippen er juist door, slokken steeds meer mensen op. Dat is dan ook het verontrustende.

In het laatste hoofdstuk doet Zweistra zijn best om hoopvol te zijn, al laat hij ook blijken dat een oplossing bepaald niet gemakkelijk is. Wat daarvoor nodig is, is namelijk een radicaal andere inrichting en benutting van technologie en dus ook van de wijze waarop technologiebedrijven te werk (mogen) gaan.

Wie is wij eigenlijk?

Het boek roept, uiteraard, ook vragen op. Zoals wie Zweistra onder ‘wij’ verstaat. Op meerdere plekken in het boek veronderstelt hij een wij, voor wie het gemeenschappelijke centraal staat – niet een samenleving die draait om het individu (of alle individuen). Mij spreekt dat wel aan, maar ik vraag me af of al zijn lezers daar zo in staan. Hij lijkt er in ieder geval van uit te gaan dat complotdenkers zijn boek niet lezen: hij zet die ‘wij’ waar hij zijn lezers toe rekent, geregeld af tegen de complotdenkers, die zich immers afzonderen van de samenleving.

Daarnaast is me niet duidelijk waarom het boek de titel Waarheidszoekers draagt.  Hij voert Foucaults concept van de waarheidssprekers op, maar onderscheidt die juist van de complotdenkers. Ok, een waarheidsspreker is iets anders dan een waarheidszoeker, maar dan nog: volgens Zweistra is het complotdenkers niet om dé waarheid te doen, maar hoogstens om een eigen werkelijkheid. Misschien hoopte hij (of de uitgever) met de vriendelijker klinkende term juist complotdenkers te lokken, om ze op andere gedachten te brengen?

Waarom valt de een wel voor complotten en de ander niet?

Zweistra zet wel uiteen dat complotdenken voor een deel is ingegeven door sociaal-economische klasse en door omstandigheden waardoor mensen sociaal geïsoleerd raken en online gelijkgezinden zoeken (waar de algoritmen hun werk doen). Maar waarom de een wel meegaat in bijvoorbeeld een reptielennarratief en de ander niet, verklaart hij niet. Ik vermoed dat het antwoord komt uit twee hoeken waar Zweistra juist niet heeft gezocht: onderwijs en journalistiek. 

Dit zijn bij uitstek de disciplines die mensen naar het midden kunnen brengen. Zij kunnen dat gemeenschappelijke referentiekader, dat Zweistra zelf zo belangrijk vindt, oproepen en versterken.

Dat kunnen ze, maar of ze dat ook doen en of dat lukt, is steeds meer de vraag. Nieuwsmedia begeven zich al enige tijd op het pad van personalisatie, door algoritmen te gebruiken waarmee ze content kunnen afstemmen op consumentenprofielen. Ook in het onderwijs is een trend naar personalisatie ingezet, waarbij flink wordt geleund op de mogelijkheden van educatieve technologie. Dat kan voordelen hebben, maar heeft ook een keerzijde. In de woorden van Zweistra: ‘als personalisatie kenmerkend zou worden voor online-sociale interactie, dan zou het uiteindelijk een desastreuze impact hebben  op de stichting van gemeenschappen.’

Wanneer hij stelt dat het de technologie is die mensen vervreemdt van de samenleving, heeft hij het over individuen die vanuit hun eigen woning online op zoek gaan gelijkgezinden. In die analyse mist de impact van het feit dat  nieuwsmedia en onderwijs ook steeds meer op die fragmenterende technologieën gaan leunen. Als juist die (van oorsprong) maatschappelijk verbindende instituties steeds meer uitgaan van het individu, en ruimte laten voor alternatieve werkelijkheden, is het gemeenschappelijke ver te zoeken.

Afijn, veel vragen dus, en misschien zelfs enkele wezenlijke omissies. Dat is wat mij betreft in dit geval allesbehalve negatief. Want het boek daagt uit om moeite te doen, en om na te denken over hoe we toch ooit weer samen verder kunnen.

★★★★☆

#DeZinVanHetBoek

‘Al een eeuw lang heeft elke technologie die mensen van ver met elkaar verbond, grenzen gecreëerd tussen mensen die dichtbij wonen.’

Zie ook Op zoek naar de zin van het boek

Cees Zweistra – Waarheidszoekers (recensie)
Facebooktwitterpinterestlinkedintumblrmail

2 gedachten over “Cees Zweistra – Waarheidszoekers (recensie)

  • 22 oktober 2022 om 12:00
    Permalink

    Hier is duidelijk een filosoof, Zweistra, aan het woord die meent dat technologie iets is dat op zichzelf staat. Maar technologie is ook wat de mens er tot nu toe van gemaakt heeft.
    Ik heb net “The chaos machine” van journalist Max Fischer gelezen en die kiest voor een heel andere, ja journalistieke, benadering van hetzelfde onderwerp. Hij laat zien welke rol groepsvorming, onder mensen dus, speelt in het hele proces van bijvoorbeeld de totstandkoming van complot denken.
    Ik laat het volgende citaat gewoon in het Engels: Blz. 96 Moral outrage, when it gathers enough momentum, becomes what Wrangham calls “proactive” and “coalitional “ aggression = colloquially known as a mob. When you see a mob, you are seeing the cousin’s tyranny. The mechanism of our self -domestication. This threat, often deadly became an evolutionary pressure in its own right, leading us to develop ultrafine sensitivities to the group’s moral standards – and instinct to go along. Voor dit citaat baseert Fischer zich op https://www.penguinrandomhouse.com/books/530240/the-goodness-paradox-by-richard-wrangham/
    De manier waarop de mens zich in een groep organiseert – on- en offline – is ouder dan de mens, de zelfdomesticatie heeft er geen vat op gehad.

    Beantwoorden
    • 26 oktober 2022 om 22:43
      Permalink

      Dank voor je reactie, Roeland. En voor je leestips: ik voeg Fischer en Wrangham aan mijn leeslijst toe.
      Je hebt het volgens mij goed gezien: Zweistra gebruikt volop de term technologie, maar maakt nauwelijks inzichtelijk wat daar achter schuilgaat. Pas aan het eind onderscheidt hij de systemen en de bedrijven en de regels – en dus de mensen – die daar achter zitten enigszins. Ik blijf Waarheidszoekers nog steeds zeer de moeite waard vinden, ook door hoe hij me aan het denken zette. Maar het is, zoals ik ook al aangeef, maar een deel van de analyse. We krijgen pas een completer beeld, en komen er misschien ook achter wat er aan complotdenken te doen is, als we naast technologie ook de rol van onderwijs, media – en die van groepsprocessen – beschouwen.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *