Wanneer onderwijsteams aan de slag gaan met onderwijsvernieuwing of -ontwikkeling, is het risico vaak dat ze te veel tegelijk moeten of willen. Dat kan als resultaat hebben dat de onderwijsvernieuwing niet goed van de grond komt of de kwaliteit van het uiteindelijke onderwijs tegenvalt. Hoe voorkom je als team dat je in de bekende valkuilen trapt, en vooral: hoe zorg je dat je onderwijs ontwikkelt waar zowel de studenten als de leraren zelf echt beter van worden? In dit blog deel ik enkele inzichten uit literatuur, mijn netwerk en mijn eigen werk.

Start with why?

(Mocht je een marketingdeskundige zijn, haak dan niet meteen af omdat ik Simon Sineks Golden Circle aanhaal.) Geregeld kom ik in presentaties en inspiratiesessies nog de Golden Circle van Simon Sinek tegen. Sinek beweerde dat producenten hun product veel beter kunnen verkopen als ze er een goed verhaal bij hebben: het waarom van het product is belangrijker dan het product zelf. Marketingdeskundigen weten dat Sinek zijn Start-with-why-betoog niet goed had onderbouwd, en dat het als marketingverkoopverhaal ook helemaal niet werkt. Geen enkel product, blijkt uit onderzoeken, is beter gaan verkopen omdat de producent de why-vraag bij de marketingactiviteiten centraal stelde. 

Waarom ik er toch mee begin is om het volgende: de Golden Circle werkt tamelijk goed wanneer het niet om een marketingvraagstuk gaat, maar om een ontwikkelvraagstuk. Voor onderwijsteams die hun onderwijs willen vernieuwen kan het zeer behulpzaam zijn om in te gaan op de vraag: waartoe doen we dit?
Maar: Sineks cirkel is wel slechts het halve verhaal, en die waartoe-vraag zeker niet de enige eerste vraag. Dat licht ik hieronder toe.   


The Golden Bicycle: Start with why and who

Wanneer teams aan de slag gaan met onderwijsontwikkeling is het zeer legitiem dat zij starten met een visie, met hun ‘why’-vraag. Wat ik soms wel zie gebeuren, is dat men dan na het beantwoorden van die waartoe-vraag al heel snel over wil gaan tot handelen: ‘genoeg gepraat, nu willen we aan de slag’. Teamleiders regelen direct de ‘wat’ en het ‘hoe’ in (door docenten vrij te roosteren voor ontwikkelwerk en scholing, en begeleiding in te schakelen etc), en het team verdiept zich meteen in de onderwijsinhoud. Dat is een valkuil, want op dat moment overzie je nog niet wat erbij komt kijken om die ambities te behalen. Ik zie Sineks Golden Circle als een wiel van een fiets. Die fiets gaat echter pas goed rijden als ook aan het tweede wiel is gedacht – laat ik die Fifi Schwarz’ Silver Circle noemen.

Fifi Schwarz' Golden Bicycle: 
Het voorwiel van de fiets bestaat uit Sineks Golden Circle: vanuit het midden naar buiten de vragen Why, How, What
Het achterwiel bevat vanuit het midden naar buiten de vragen Who, When, Where

Dat tweede wiel gaat over de drijvende kracht achter het onderwijs: het team, de mensen waarmee je dat onderwijs geeft en organiseert. In de projecten die ik begeleid zie ik hoe belangrijk het is om tegelijk met de waartoe-vraag de wie-vraag te stellen: wie moet die vernieuwingsopdracht uitvoeren, wie geeft daar leiding aan, wat willen en kunnen de teamleden, en wat hebben zij nodig? Maar ook: voor wie is dit nodig, wat weten we over onze studentenpopulatie, hun kennis en vaardigheden, waarin ze zich willen (en moeten!) en ontwikkelen?

Daarnaast is er ook nog de ‘wie’ waarmee je samenwerkt: vernieuwen we alleen binnen een team, of stemmen we af met andere opleidingen, welke partners uit het werkveld betrekken we, welke rol krijgen die? En hoe zie je collega’s van de ict-afdeling en ondersteunende diensten: als uitvoerders die je een opdracht geeft, of als betrokken partners die graag mee willen werken aan het best mogelijke onderwijs? Wat betekent dat voor de organisatorische afstemming?

In het verlengde van de vraag wie je waarom wat hoe te doen geeft, liggen de vragen wanneer en waar dit moet gebeuren: hoeveel tijd krijgen ontwikkelteams (het gaat hierbij zowel om de doorlooptijd, de ontwikkeluren en -momenten, als om tijd die collega’s nodig hebben om zich de verandering eigen te maken). Het maakt voor het spreken van een gemeenschappelijke taal, het krijgen van focus, en het ervaren van een gevoel van collectief eigenaarschap nogal uit of je je een aantal dagdelen met elkaar afzondert op een andere locatie, of tussen een volgepropte lesdag 1,5 uur wordt vrijgeroosterd.  

Om in mijn fietsanalogie te blijven: als je bij onderwijsontwikkeling uitsluitend kijkt naar Sineks Golden Circle, dan is de kans groot dat het proces snel spaak loopt. Alle zes de vragen (waarom, wie, wat, waar, wanneer, hoe) grijpen op elkaar in. Stel dat je bij de waarom-vraag bijvoorbeeld bepaalt dat het onderwijs volledig flexibel en gepersonaliseerd moet zijn, omdat je studenten maximale keuzevrijheid wilt bieden. Als je dan niet ook ingaat op de wie-, wat-, waar-, wanneer- en hoe-vragen wordt te laat duidelijk wat er allemaal bij komt kijken om alles klaar te spelen binnen de gestelde termijn en met de beschikbare middelen. Dan moet je die waarom-vraag herzien. (Overigens is sowieso goed je de vraag te stellen waarom maximale keuzevrijheid en personalisatie bevorderlijk zouden zijn voor het leren van de studenten). 
Ofwel: onderwijs ontwikkelen staat of valt met de gouden fiets: begin gelijktijdig met de vragen waartoe het onderwijs dient en wie dat verzorgt en ontwikkelt, en pak dan meteen door met de vragen wat daarbij komt kijken, en hoe je dat waar en wanneer mogelijk maakt. In twee blogs zoom ik nader in op de beide wielen: het blog Een onderwijsvisie formuleren gaat over de waartoe-vraag; het blog Samen lerend ontwikkelen over de wie-vraag.

Onderwijsontwikkeling = organisatieontwikkeling

2 gedachten over “Onderwijsontwikkeling = organisatieontwikkeling

  • 16 januari 2024 om 16:12
    Permalink

    Ha Fifi,
    Mooi metaforen. Wel wat veel W’s zo. Ik moet daardoor meteen denken aan de 5W’s die we als gymleraar ooit aangeleerd kregen als hulp bij het organiseren van de gymles:
    Wie, wat, waar, wanneer en wat daarna. Met een Waarom/Waartoe heb je dan bijna drie wielen:))

    Beantwoorden
    • 13 maart 2024 om 16:07
      Permalink

      Ha Martijn, dank voor je reactie!
      Als alle wielen maar met dezelfde snelheid dezelfde kant op rijden, moet dat geen probleem zijn 🙂
      Bij het vak Nederlands zijn de 5W1H-vragen natuurlijk sleutelvragen bij het kritisch lezen (en produceren) van teksten.
      In de context van nieuwswijsheid is natuurlijk ook de vraag Wie ZEGT wat, waar, wanneer, waarom en hoe? interessant ->
      https://nieuwswijsheid.nl/over-de-auteur/over-deze-site/

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *