Door maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en verschuivingen op de arbeidsmarkt, zien veel mbo-opleidingen zich genoodzaakt het onderwijsprogramma te herzien. Dat begint met het formuleren van een visie. Dat is nog niet voor iedereen gesneden koek, omdat er verschillende opvattingen zijn over wanneer een onderwijsvisie ook een goede onderwijsvisie is. Als je onderwijsvisies van onderwijsinstellingen erop naslaat, lopen de teksten ook behoorlijk uiteen. Van korte alinea’s tot visiedocumenten met hele uitwerkingen over de onderwijsaanpak.
Bij kortere visieteksten valt op dat ze uiterst algemeen en abstract zijn geformuleerd. De bewoordingen zijn vaak zo sympathiek dat iedereen het er – op het eerste oog – wel mee eens moet zijn. Bijvoorbeeld ‘In onze school staat de leerling centraal’ of ‘Bij ons kun je worden wie je bent.’ Toch kun je je daarbij afvragen wat ze over de onderwijsinstelling zeggen. Er zijn stevige argumenten om niet de leerling, maar de leraren centraal te stellen. En iemand wordt sowieso wel wie die is, dus de vraag is dan welke specifieke inbreng de onderwijsinstelling of het opleidingsteam daaraan levert?
In mijn praktijk zie ik dat onderwijsteams die aan de slag gaan met een onderwijsvisie zich graag laten inspireren door de waartoe-vraag, die ze ontlenen aan Simon Sineks Golden Circle. Waarom dat – ondanks de kritiek op Sineks betoog – best een logisch uitgangspunt is, licht ik toe in mijn blog Onderwijsontwikkeling = Organisatie-ontwikkeling, al laat ik daarin ook zien dat de waarom-vraag alleen niet voldoende is.

Criteria voor een goede onderwijsvisie

Uit verschillende bronnen en gesprekken met onderwijsteams *) maak ik op dat in een krachtige onderwijsvisie in ieder geval is verwoord:

  • waarom het gekozen onderwijsconcept noodzakelijk is; hoe zorgt het ervoor dat studenten/leerlingen hier beter of meer door gaan leren?
  • in welk opzicht het beter dan het huidige concept aansluit bij ontwikkelingen in de samenleving en het werkveld
  • hoe de kansengelijkheid door het nieuwe concept wordt vergroot
  • hoe de opleiding zich onderscheidt van andere
  • welke pedagogische en didactische benadering het onderwijsteam (op hoofdlijnen) volgt
  • wat het docententeam doet, en hoe dat wordt ondersteund, om gestelde doelen daadwerkelijk te behalen.  

Het laatste criterium heeft ook te maken met de lerende instelling van het onderwijsteam of de school. Idealiter zegt een visie ook iets over de wijze waarop leraren zelf van en met elkaar leren om zo hun onderwijs blijvend op peil te houden of te verbeteren. Een goede onderwijsvisie moet bovendien een realistisch beeld schetsen: wat een opleiding belooft, moet die ook daadwerkelijk waar kunnen maken. 

*) Bouwstenen voor onderwijsvisies vind je hier, hier en vooral hier.

De visie zichtbaar maken in de praktijk

Ik vind altijd heel mooi om te zien als een onderwijsteam erin is geslaagd een algemene visie op onderwijs te formuleren. Er klinkt iets gemeenschappelijks in door: collega’s spreken dezelfde taal, hebben overeenstemming over wat belangrijk is, en hebben samen iets bereikt wat aanvankelijk abstract en lastig leek. Maar dan? Met een tekst ben je er niet. Bovendien zegt een algemene tekst misschien wel waar voor je staat, maar moet je daarna(ast) nog met elkaar bepalen hoe je daar invulling aan geeft.
Sommige scholen of onderwijsteams kiezen ervoor om naast een algemene visie ook aparte visies op te stellen voor het pedagogisch-didactisch handelen, voor toetsen en beoordelen, voor onderwijs met ict (of voor de inzet van onderwijstechnologie), voor onderwijsinnovatie. Ik denk dat absoluut belangrijk is om voor al die facetten doordachte uitgangspunten te bepalen, maar ik zie die vooral als een operationalisatie van de algemene visie. In zeker opzicht pel je dan de diverse onderdelen uit je visie verder af en werk je die uit in een (plan van) aanpak. Daarbij is een aandachtspunt dat al die lossere onderdelen wel logischerwijs op elkaar aansluiten, dat daar – net als in het onderwijs zelf – sprake is van constructieve afstemming.
Als alle medewerkers dan vervolgens dat plan van aanpak ook daadwerkelijk gaan uitvoeren, dan wordt de visie zichtbaar in het handelen van alle medewerkers. Dan heb je niet alleen een sterke visie maar een sterk team.
Hoe leraren samen werk kunnen maken van een goede visie – en die visie ook in hun handelen zichtbaar kunnen maken, beschrijf ik in het blog Samen lerend ontwikkelen, waarin ik de kunst afkijk uit een heel andere discipline – de wielersport.

Dit blog maakte eerder in kortere vorm deel uit van het blog Onderwijsontwikkeling = Organisatie-ontwikkeling (25 november 2023). Omwille van de leesbaarheid heb ik dat blog in delen opgeknipt en heb ik aan deze post over onderwijsvisies nog een alinea toegevoegd. Daarbij heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de input van collega Nancy Rijns – van Roon.

Een onderwijsvisie formuleren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *