Goed onderwijs ontwikkelen doe je samen. Dat werkt twee kanten op. Enerzijds: wanneer docenten onderwijs ontwikkelen, ontwikkelen ze ook zichzelf. Anderzijds: bewuste aandacht voor professionele ontwikkeling leidt daadwerkelijk tot beter onderwijs. Voor dat ontwikkelen in professionele zin is echter wel een doordachte (team)aanpak nodig. Om een idee te krijgen van goede doordachte aanpakken kan handig zijn om het goede voorbeeld af te kijken bij anderen: evidence informed werken. Daarvoor spiek ik echter niet bij een onderwijsinstelling, maar bij een succesvolle wielerploeg. Onlangs beluisterde ik een zeer interessante podcast uit 2020 met Merijn Zeeman, sportief directeur van de wielerequipe van Team Visma | Lease a Bike – ten tijde van het interview nog Team Jumbo-Visma.*) Hij noemde een aantal kenmerken van een succesvolle teamaanpak waar onderwijsteams naar mijn idee veel van kunnen leren.

Goede docenten zijn constant doordacht aan het oefenen

Wielrenners zijn dag in dag uit zeer bewust bezig om elke dag een beetje beter te worden. Maar een betere wielrenner word je niet door alleen maar heel veel te fietsen. Het gaat ook om een goed dieet, slaapritme, kennis over het parcours en weersomstandigheden, en het toepassen van wetenschappelijke kennis over sportprestaties. Net zo word je niet een betere docent door alleen maar heel veel les te geven – zeker niet als je dat altijd op dezelfde manier blijft doen. Het is een kwestie van voortdurend welbewuste oefening. Zie mijn boekbespreking van Peak.
Zeker als je onderwijs vernieuwt, is van belang om het vergrootglas te leggen op te maken keuzes: waarom denken we dat deze aanpak het onderwijs gaat verbeteren, hoe gaan we daarachter komen, wat weten we uit onderzoek en van andere scholen? Daarnaast is van belang te erkennen dat voor nieuwe concepten mogelijk nieuwe kennis en vaardigheden nodig zijn. Werken aan onderwijs is werken aan vakmanschap.

Out of the box stappen

Als de wielrenners van Jumbo-Visma trainen, doen ze dat niet het hele jaar door alleen maar op de fiets. Het is ook nuttig dat ze andere spieren trainen, en dat ze dezelfde spieren anders trainen. Daarom gaan ze ook op langlauftraining. Ook voor docenten kan het uitermate leerzaam zijn om ook buiten de gebaande paden te treden. Voor een docent Nederlands die gewend is aan studenten Dans en Theater op mbo niveau 4 zal een dag lesgeven aan studenten Assistent Verkoop op Entree-niveau een wereld van verschil zijn. En een presentatie over een nieuw onderwijsconcept geven aan collega’s – een gehoor dat waarschijnlijk even deskundig is als de presentator, maar dat ook kritisch is over vernieuwingen – vraagt ook heel andere kennis en vaardigheden dan een les aan een groep adolescenten. Bij het ontwikkelen van nieuw onderwijs is van belang om de benodigde kennis en vaardigheden samen, volgens een gestructureerde aanpak, onder de loep te leggen. Zie ook het blog Oplossingen voor het tekort aan goede leraren.

Goed onderwijs ontwikkel en geef je samen

Het verbeteren van individuele prestaties is een team effort. In een wielerploeg zijn er verschillende rollen voor de wielrenners: de kopmannen en -vrouwen, en de helpers. Zij zijn er allemaal op gericht de koprenners naar de top de brengen; dat resulteert uiteindelijk in succes voor het team. De sponsor verlengt het contract, er kan geïnvesteerd worden in verdere ontwikkeling enzovoort. In een docententeam ontbreekt dat onderscheid tussen koplui en helpers, maar er zijn binnen het team wel verschillen in verantwoordelijkheden en taken. Die hebben allemaal hun effect op de kwaliteit van het onderwijs aan alle studenten. Door met collega’s het goede gesprek over onderwijs te voeren, bij elkaar te observeren en elkaar feedback te geven, krijgen docenten inzicht in hoe ze hun eigen vakmanschap kunnen bevorderen. Samen lerend ontwikkelen werkt, blijkens onderzoek, het beste als daar een doordachte methodiek bij wordt gehanteerd en daar ook goed leiding aan wordt gegeven. Bovendien weten we dat studenten beter leren in onderwijsteams waarin de leraren doeltreffend samenwerken. Zie ook het blog Grip op de minisamenleving

De visie moet van het hele team zijn

In het verlengde van vorig punt: ook visie-ontwikkeling is een team effort. In de podcast vertelt Merijn Zeeman hoe hij met de wielrenners de doelen voor de komende jaren bepaalde. Daarbij zorgde hij er vooral voor dat de inbreng vanuit het team zelf kwam, en weerstond hij de verleiding om zelf het antwoord te geven op de vraag waar de ploeg over een paar jaar moest zijn. Hij ging niet op de stoel van de renners zitten: die moesten zelf kunnen verwoorden wat haalbaar was, vanuit wat zij nu kunnen en hoe zij hun (gezamenlijke) ontwikkeling inschatten. Waar Zeeman zijn rol als ploegleider in pakte was het faciliteren van zowel het gesprek over die visie, als over het toewerken naar die gezamenlijke doelen.
In onderwijsteams kan gebeuren dat de teamleiders de docenten willen ontlasten door het proces van visie-ontwikkeling over te slaan: ze formuleren dan zelf een visietekst en laten de docenten dan focussen op de inhoud (het hoe). Dan is weliswaar een onderwijsconcept gekozen, maar wordt die niet gedragen. Zie ook hoe dat misging bij de juridische opleiding van Fontys. Juist het proces is belangrijk, omdat je daarin samen een gemeenschappelijke taal gaat spreken. Vervolgens is belangrijk te erkennen dat nieuw onderwijs andere werkprocessen, een andere vorm van aansturing en ondersteuning vraagt. Het is van belang elkaars rol te erkennen en te versterken. Zie mijn boekbespreking Goede leraren geven les in teams met goede managers.

Onderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

Als het goed is, en dit is niet overal het geval, voelen leraren zich gezamenlijk verantwoordelijk voor hun leerlingen/studenten. Maar die verantwoordelijkheid dragen zij niet alleen met elkaar, die delen zij met collega’s van de ondersteunende diensten – ook zij horen bij de equipe. Bij een professionele wielerploeg maakt de staf een wezenlijk onderdeel uit van het team. Denk niet alleen aan de trainers en mecaniciens of medewerkers logistiek en planning, maar ook aan voedingsdeskundigen, fysiotherapeuten en artsen. In de podcast horen we Zeeman vertellen hoe de diëtisten en koks voor alle renners een dieet ontwikkelen dat is afgestemd op de etappes, en na afloop daarvan ook de effecten meten om meteen nodige aanpassingen te doen. Daarnaast benadrukt Zeeman hoe belangrijk het is dat alle collega’s aandacht hebben voor elkaar: dat creëert een familiegevoel, je kunt op elkaar bouwen.
Net zo geldt dat de collega’s van ondersteunende diensten een belangrijke rol hebben bij het realiseren van de doelen van onderwijsteams. In grotere onderwijsorganisaties worden werkprocessen vaak opgesplitst. Onderwijsteams verzorgen het onderwijs, de ict-afdeling zorgen voor de ict-infrastructuur, HR voor professionalisering, intern adviseurs werken mee aan beleid en ontwikkeling enzovoort. De valkuil bij onderwijsvernieuwing is dat onderwijsteams of leidinggevenden zelf vernieuwingen gaan bedenken en daarop gaan voorsorteren, en pas in een laat stadium de hulp inroepen van de ondersteunende diensten of docenten de benodigde scholing aanbieden. Gevolg is dat knelpunten te laat zichtbaar worden, of aanvullende acties of investeringen nodig zijn die niet waren voorzien, met als risico dat de vernieuwing spaak loopt. Effectiever is om te erkennen dat processen op elkaar ingrijpen en om alle collega’s te betrekken vanaf het moment dat sprake is van onderwijsvernieuwing. Dat lijkt tijdrovend, maar biedt wel een duidelijker garantie op een gedragen concept, op kwaliteit, en op docententeams die plezier aan hun werk beleven.

Niet sprinten, maar koersen

Het ontwikkelen van nieuwe onderwijsconcepten wordt vaak aangevlogen als een project, waarvoor apart budget beschikbaar wordt gemaakt, en waarvoor de tijd beperkt is. Die vernieuwing wordt dan vaak ook bedacht en ingevoerd terwijl het lopende onderwijs doorgaat. Ik moet toegeven dat me hier even niet lukt om de analogie met het wielrennen door te trekken: ik ken geen wielrenners die gelijktijdig aan twee wielerwedstrijden meedoen. Een vergelijking die volgens mij wel opgaat met wielrennen, is dat een succesvol team niet slechts van wedstrijd naar wedstrijd leeft, maar de prestaties constant op peil wil houden en wil verbeteren. Die constante vernieuwing moet structureel ingebed worden in de organisatie.  

Onderwijsontwikkeling en professionele ontwikkeling zijn vaak nog gescheiden trajecten die elkaar opvolgen. Maar idealiter grijpen ze op elkaar in en versterken ze elkaar: beide ontwikkelwielen rijden tegelijk in hetzelfde tempo dezelfde kant op. Samenwerken en samen leren kosten tijd en moeite, en soms schuren ze. Maar het levert ook resultaat. De mate waarin onderwijsontwikkeling doordacht, gestructureerd en duurzaam wordt aangepakt, zie je – als het goed gaat – terug in de kwaliteit van het onderwijs, de leeropbrengsten van de studenten, en het werkplezier van de collega’s.

*) Update 22 mei 2024: Dit blog maakte oorspronkelijk deel uit van het blog Onderwijsontwikkeling = organisatie-ontwikkeling dat ik in november 2023 schreef. Omwille van de leesbaarheid heb ik dat in drie delen opgeknipt. Het deel over criteria voor een goede onderwijsvisie is nu ondergebracht in het blog Een onderwijsvisie formuleren. Het deel over Samen lerend ontwikkelen is nu deze aparte blogpost geworden. Hiervoor heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de feedback van Martijn Sijtsma, docent en teamleider in Enschede en mede-organisator van de Nationale Onderwijskoers. Hij wees mij ook op de podcastaflevering over (destijds) Jumbo-Visma van de Rode Lantaarn. Deze wielerploeg heeft sinds december 2023 een nieuw sponsorkoppel en gaat verder als Team Visma | Lease a Bike.

Samen lerend ontwikkelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *